Op naar Cloud
|
Vanuit de voorgaande meer algemene futuristische
trends zien we diverse toepassingsgebieden,
waarvan ik er hier een verder wil uitwerken in
relatie tot de toekomst van werk en leren. Voor
dat toepassingsgebied zijn twee termen in omloop,
namelijk ubiquitous computing (ubiquitous
= overal aanwezig) en ambient intelligence (ambient
= in de context opgenomen). Ik heb een
voorkeur voor de tweede term, omdat de eerste
met de term computing teveel associaties oproept
met computers zoals we die nu kennen. Mijn
voorkeur gaat dus uit naar ambient intelligence
om twee redenen: het gaat om intelligentie in
plaats van ‘computing’ en de term ambient geeft
het karakter beter aan: namelijk dat systemen
(onzichtbaar) in de context zijn opgenomen. Om
van ambient intelligence - meestal verkort aangeduid
met AmI - te kunnen spreken is een aantal
voorwaarden van toepassing.:
Maar ook het sturen van je ICT-toepassing met je gedachten zal een belangrijke worden. Ook daar zijn inmiddels werkende voorbeelden van, zoals de ‘neurophone’: een EEG headset meet breinactiviteit en helpt je om je iPhone te bedienen via je gedachten. |
|
Net als in de film |
|
|
Een ander voorbeeld is ‘Augmented Reality’ (toegevoegde realiteit), een techniek waarbij een computersysteem beelden ‘toevoegt’ aan de realiteit zoals we die waarnemen. Begin jaren ‘90 werd dit al toegepast bij vliegtuigproducent Boeing om kabels te produceren en te monteren in een vliegtuig. Een projector genereert beelden, in dit geval van kabels, en voegt deze toe aan onze werkomgeving, in dit geval een vliegtuigwand, zodat te zien is waar wat te monteren. Dit wordt inmiddels toegepast in diverse assemblageprocessen, zoals in de eerder aangehaalde Offi ce Labs video te zien is en nog eens wordt uitgelicht in de video over Augmented Assembly. En wat te denken van chirurgen die via een robot een operatie uitvoeren. Bij deze voorbeelden wordt duidelijk dat werkelijkheid en virtuele werkelijkheid steeds moeilijker te onderscheiden zijn en soms in elkaar schuiven. Ook dit fenomeen wordt al langer herkend en staat bekend onder de naam Mixed Reality of Blended Reality. |
We hebben nu gezien welke technologische trends zich voordoen en wat de onderliggende mechanismen zijn. Ook de mogelijke consequenties ten aanzien van werk zijn besproken. Laten we nu eens uitwerken wat een en ander voor gevolgen kan hebben voor leren in relatie tot werk. Daarbij is het goed in gedachten te houden dat vormen van leren in relatie tot werk zoals we die nu kennen, ook in de toekomst zullen blijven bestaan en in een aantal gevallen de meest eff ectieve, efficiënte en goedkope oplossing kunnen zijn. Het blijft afhankelijk van de context - in termen van type organisatie, type werkproces, type en omvang van de doelgroep voor leren en aard van de leerdoelen - welk soort leerproces het beste past. Naar de toekomst kijkend wil ik twee sporen uitwerken: ten eerste wat ik hier het informele spoor wil noemen en ten tweede het formele spoor. Met informeel spoor bedoel ik de leerprocessen die door de lerende zelf, naar eigen behoefte, op eigen initiatief plaatsvinden en die direct, indirect of niet aan werk gerelateerd zijn. Het tweede spoor is het formele spoor, waarmee ik bedoel dat sprake is van een leerproces dat bewust is georganiseerd en ingericht vanuit organisatiedoelen gerelateerd aan werkprocessen. De twee sporen sluiten elkaar niet uit en zullen in de praktijk enige overlap hebben. Als het gaat om het informele spoor dan dringt zich het toekomstbeeld op van ‘cloud learning’. De cloud is een internetterm: de complexe verzameling van hardware, software en content(informatie) die samen internet vormen wordt vereenvoudigd als metafoor weergegeven met een wolk - de internet cloud. Momenteel is de term cloud computing in opmars: het idee is dat je niet zelf alle hardware en software aanschaft en onderhoudt om je ICT-toepassingen te laten werken, maar dat je flexibel gebruikmaakt van hardware en software die ‘ergens’ in de cloud beschikbaar is. Wanneer je het nodig hebt gebruik je het (meestal op basis van een of andere abonnementsvorm), en als je het niet nodig hebt gebruik je het niet, heb je geen kosten en geen zorgen. Wat we de laatste jaren zien, is dat er een exponentiële groei is op internet aan content (inhoud) en toepassingssoftware (applications of kortweg: apps) die uitermate geschikt zijn of juist speciaal ontworpen om te leren. In de cloud vinden we op You- Tube (bestaat pas 5½ jaar!) videofragmenten met heldere uitleg en instructies, niet alleen kennisgeoriënteerd, maar ook om vaardigheden te leren. Er is Wikipedia, de gratis online encyclopedie met uitleg in meer dan 14.000.000 artikelen in 271 verschillende talen (bron: Wikipedia). Er zijn webinars (seminars via het web); vaak worden deze voor relevante beroepsgroepen gratis aangeboden of zijn betaalde webinars later vrij te volgen. Er is LinkedIn dat in Nederland als populair professioneel netwerk wordt gebruikt. Je kunt je aansluiten bij groepen rondom thema’s, daar een vraag of een idee lanceren en je krijgt ongetwijfeld interessante antwoorden van professionele collega’s waar ook ter wereld. Sommige deelnemers delen artikelen of presentaties via LinkedIn. Er is iTunes U waar je gratis colleges in geluid of video kunt downloaden van diverse Amerikaanse universiteiten en rondom diverse thema’s. Veel organisaties stellen delen van hun producttraining, zoals manuals, Question & Answer (Q&A)-lijsten of complete instructievideo’s beschikbaar via internet, zodat gebruikers hun producten optimaal leren gebruiken of zelf problemen kunnen oplossen. Er zijn ‘communities of practice’ (zoals de NVO2 HRD-community), waar professionals zaken met elkaar delen. Er is natuurlijk ‘gewoon’ Google, waar je door slim je vraag in te typen steeds weer versteld staat hoe gemakkelijk, hoeveel en hoe nuttig je zoekresultaten kunnen zijn. Er zijn PODcasts ‘uitzendingen’ van audio of video die je ‘live’ kunt volgen of later kunt downloaden. Met de populariteit van de iPad zal ook het aantal e-boeken verder toenemen. Noemenswaardig is verder de website van TED.com (Technology, Entertainment, Design) die ‘Ideas worth spreading’ beschikbaar stelt door video’s van presentaties van toonaangevende denkers en initiatieven op diverse gebieden. Er zijn ook games die nuttig kunnen zijn om allerlei dingen te leren. ![]() Voor de HRD-functie en de HRD-professional is het goed zich te realiseren dat door het gebruik van deze mogelijkheden leren plaatsvindt, geregisseerd door de gebruiker en diens behoefte. Soms zal dat ook nuttig zijn in relatie tot werk, maar in veel gevallen zal dat niet direct aan de orde zijn. De vraag dringt zich op of een organisatie of HRD-professional hierin sturing wil geven en hier beleid op wil ontwikkelen. Want als er zoveel gratis beschikbaar is, waarom zou je daar dan geen gebruik van maken? Zou je een HRDbeleid kunnen voeren en een HRD-proces kunnen inrichten dat alleen gebruikmaakt van gratis mogelijkheden van cloud learning? Dat zou betekenen dat er geen out of pocket kosten gemaakt worden: wellicht een interessant idee. Ik laat het antwoord nog even open, om eerst het formele spoor voor de toekomst te verkennen. In zijn blog van 8 juli 2010 beschrijft Karl Kapp zijn bezoek aan trainingscentra van een kerncentrale en een cardiologieafdeling van een ziekenhuis. Zijn blog gaat over formeel versus informeel leren en hij geeft aan dat in beide voorbeelden de trainingsruimten die hij bezoekt en de voorgeschotelde trainingssituaties een zo exact mogelijke kopie vormen van de werkelijke werkprocessen en hun context. De taken die professionals en specialisten verrichten zijn volgens hem veelal hoog geformaliseerd, in weerwil van de gangbare veronderstelling dat zij dagelijks bezig zijn met niet-routinematige activiteiten. Juist als het gaat om leven en dood is het van belang dat werkprocessen en leerprocessen goed worden geanalyseerd, getimed en geformaliseerd. In trainingssituaties worden acties van deelnemers beoordeeld tegen concrete criteria. Kapp sluit af met de conclusie: ‘als ik zeker wil zijn over resultaten geef mij dan maar iemand die formeel is getraind.’ Hiermee kom ik dan terug bij de vraag of het mogelijk zou zijn een HRD-beleid in te richten, gebaseerd op puur informele cloud learning: in veel gevallen dus niet. Als we alleen al kijken naar de trend dat organisaties aan steeds meer regels moeten voldoen, waarbij een consequentie vaak is dat personeel aantoonbaar getraind en gekwalifi ceerd moet zijn (Licence to Operate), ontkomen we niet aan formeel georganiseerde leerprocessen. Of wanneer het - zoals Kapp aangeeft - gaat om leven en dood, dan vertrouwen we op formeel georganiseerde leerprocessen. Als reiziger gaan we ervan uit dat de gezagvoerder van het vliegtuig waar we in zitten zijn fl ightsimulatortraining met goed gevolg heeft afgesloten. We vertrouwen erop dat de chirurg die ons opereert perfect is getraind om de handelingen waarvoor we onder zijn mes gaan feilloos uit te voeren. Maar ook als het gaat om zaken die niet direct met leven of dood te maken hebben, zijn er wettelijke kaders en willen de meeste organisaties dat hun professionals formeel getraind zijn rondom de cruciale werkprocessen. Om dat aan het toeval van informeel leren over te laten neigt naar naïviteit. Wat heeft de toekomst dan in petto voor het formele werkgerelateerde leren? Mijn suggestie is dat we toegroeien naar vormen van Ambient Intelligent HRD (AmI HRD). Dit betekent dat we leerprocessen inrichten en inzetten vanuit een door de organisatie gevoelde noodzaak met behulp van Ambient Intelligence. |
Het ‘ambient’ aspect betekent dat de leerinterventies worden aangeboden vanuit een situatie waarbij ICT-componenten en het werkproces en de werkomgeving in elkaar overvloeien. Daarbij kun je aan twee richtingen denken. De ene waarbij ICT-componenten in de werkomgeving of het werkproces zijn opgenomen. De automatische spellingcontrole van je tekstverwerker is hier een voorbeeld van: deze is ‘verstopt’ in je computer en geeft feedback met een rood streepje als dat aan de orde is. Een complexere toepassing is het systeem waarbij de neurochirurg voorafgaand aan een operatie zijn ‘werkgebied’ afbakent. Op een digitale scan van de schedel markeert hij met zijn computer de ideale plek en het veld waarbinnen hij veilig de schedel kan openen: het systeem controleert vervolgens de positie van zijn boor en geeft aan wanneer deze bij grenzen komt of stopt de werking direct als grenzen worden overschreden. De andere richting is die waarbij de werkomgeving en het werkproces zoveel mogelijk in de ICT-toepassing zijn verwerkt. Dan hebben we het over leren in een 3D virtual reality of met behulp van een game (Serious Gaming of Simulated Games – Sims genaamd). Daartussen zit nog augmented reality waar werkelijkheid en virtueel over elkaar heen geprojecteerd worden.![]() Dan het aspect ‘intelligent’ van Ambient Intelligent HRD. ICT-systemen zullen steeds meer in staat zijn patronen te herkennen. Zo kunnen zowel mensen als hun handelingen en de situatie van de werkomgeving of het werkproces worden herkend. Dat maakt het mogelijk om direct een passende HRD-actie aan te bieden. Afhankelijk van de taak zoals die herkend wordt, van de omgeving zoals die herkend wordt, en de ‘status’ van de medewerker in relatie tot de taak (lees competentieniveau) zoals die herkend wordt, kunnen tips, video’s, simulaties, aanwijzingen, flowcharts, stappenplannen of checklists als ‘pop-ups’ aangeboden worden aan de werknemer. Je zou kunnen regelen dat deze naar eigen behoefte van de medewerker worden benut of je zou stukjes training verplicht tussen verschillende stappen kunnen inbouwen, zodat de volgende stap pas uitgevoerd kan worden na het doorlopen van de aangeboden training. Een andere vorm is dat verplichte training ‘tevoorschijn komt’ op het moment dat een stap fout gaat of fout dreigt te gaan. Uiteraard zou je ook kunnen voorkomen dat iemand die niet gekwalificeerd of geautoriseerd is een bepaalde taak gaat uitvoeren en zorgen dat deze medewerker zich eerst en direct kwalificeert door het doorlopen van een HRD-interventie, inclusief toetsing, kwalificatie en registratie. Over augmented reality hebben we het al eerder gehad. Hier wordt voor de gebruiker een virtuele component aan de werkelijkheid toegevoegd. De Augmented Assembly video geeft het mooist weer hoe de toepassing in leren kan plaatsvinden, waarbij de geprojecteerde beelden stap voor stap laten zien hoe je een aantal onderdelen achtereenvolgens en op de juiste plaats met elkaar assembleert. Een interessante tussenstap als het gaat om leren is de toepassing van lesboeken met augmented reality. Een mooi voorbeeld is het Thaise aardrijkskundeboek dat je onder je webcam legt samen met een speciaal barcode kaartje. Op je PC is je boek te zien met een toegevoegd 3D-beeld van een draaiende aardbol. Dan virtual reality en serious gaming. Je kunt de werkomgeving natuurlijk ook zo natuurgetrouw mogelijk in je ICT-toepassing bouwen. Je creëert dan een virtual reality waarbij het belangrijk is de juiste componenten uit te werken die nodig zijn voor het leerproces. Dit kun je gebruiken als individu om een bepaalde taak te leren, maar ook kun je met meerdere personen samen leren in een virtual reality. In hun boek ‘learning in 3D’ beschrijven Kapp & O’Driscoll (2010) hun ervaringen met het toepassen van virtual reality in leren en Tony O’Driscoll geeft uitleg over de voordelen op YouTube Als virtual reality kan Second Life gebruikt worden en daarvan zijn diverse toepassingen bekend, zoals voor de verpleegstersopleiding aan de Glasgow Caledonian University. Dat we bij het gebruik van virtual reality als HRD-professional met hele nieuwe aspecten te maken krijgen, realiseerde ik me toen ik een presentatie van Kapp & O’Driscoll bijwoonde. Zij gaven aan dat het cruciaal is de deelnemers voldoende tijd te geven om hun avatar te maken. Je avatar is het ‘poppetje’ dat jou representeert in de virtuele wereld. Deelnemers vinden het uiterst belangrijk bij het aanmaken van hun avatar dat deze hun (gewenste) identiteit zo goed mogelijk weergeeft. Een andere, vergelijkbare vorm van virtual reality is de computergame. Daarvoor is inmiddels een hele markt ontstaan gericht op het leren via games, hetgeen men bij voorkeur ‘serious gaming’ noemt (van den Brand, 2010). Tot nu toe lopen defensie en de gezondheidszorg voorop als het gaat om het inzetten van serious gaming. Bij defensie gaat het bijvoorbeeld om het leren besturen van een tank of het gebruik van geavanceerde wapens, maar ook heeft de US Army onlangs een prijs gewonnen met een programma waarin juist culturele aspecten centraal staan, om het werk in Irak en Afghanistan te ondersteunen. In de zorg worden games gebruikt om specifieke vaardigheden te trainen. Momenteel wordt de serious game ‘Birthplay’ voor verloskundigen en gynaecologen ontwikkeld. Soms wordt bewust gekozen om de context waarin de game zich afspeelt juist minder realistisch en meer speels te maken, zoals bij de laparoscopietraining van Grendal Games. De medische instrumenten waarmee men vaardigheden moet opdoen zijn daarbij zo realistisch mogelijk opgenomen in de game. Voor de rest is het vooral een leuk spel dat de gebruiker uitdaagt en plezier laat beleven om op die manier het leren te stimuleren. |
Bij veel grote veranderingen zie je zowel utopische reacties (dit is fantastisch, hier zaten we op te wachten, dit lost alles op!) als distopische reacties (dit gaat helemaal fout, dit kan niet, mag niet gebeuren, dit is onethisch!). Heftige en tegenstrijdige emoties spelen vooral wanneer bestaande normatieve opvattingen en grenzen in het gedrang komen, zoals Martijntje Smits in ‘Monsterbezwering’ aangeeft (Smits, 2002). Is een soldaat met een exoskelet een mens of een robot? En wat te denken van alleen al de term ‘blended reality’: wat is nog echt en wat niet meer? Ook vanuit het werkveld ontstaan ‘bekeerlingen’, zoals Jaron Lanier die als voormalig producent van virtual reality producten nu waarschuwt voor de sociale druk op internet waarmee de individualiteit zal afnemen, zoals hij beschrijft in zijn boek ‘You are not a gadget’ (Lanier, 2010). Het is mooi dat er superoptimisten zijn, zoals Kurzweil, die ons denken oprekken en het is ook goed dat er kritische geluiden te horen zijn, die nadelen en risico’s in beeld brengen. Uiteindelijk helpt dat ons om na te denken en ethisch verantwoorde keuzes te maken. Dat geldt ook voor de HRD-professional, die in de toekomst geconfronteerd kan worden met verantwoordelijkheid rondom het ontwikkelen en implementeren van AmI HRD-toepassingen. Ontwerpkeuzes en gebruikte beïnvloedingstechnieken, bedoeld om medewerkers te ondersteunen in hun taakuitvoering, kunnen als beperking van handelingsruimte of zelfs manipulatie van medewerkers worden ervaren. Dit nieuwe soort ethische vraagstukken zijn uiteraard een serieus aandachtspunt voor de HRD-professional in de toekomst. Aan de andere kant is het in essentie een thema waar HRDprofessionals ook vandaag de dag mee te maken hebben. Ook in de ontwerpkeuzes met de huidige technologie die we inzetten voor ontwikkeling van mensen, reguleren we bewust (normatieve) gedragsalternatieven en daarmee beperken we ook de handelingsruimte van medewerkers binnen wettelijke en beleidsmatige kaders. |
Nog te weinig écht spannends gelezen om te ontdekken
of je utopisch of distopisch staat tegenover
de gepresenteerde ontwikkelingen? Kurzweil
voorspelt dat in 2030 biologische en
niet-biologische intelligentie met elkaar versmelten,
doordat onze hersenen dan zwermen intelligente
nanobots (microscopisch kleine robots)
bevatten. Als we ‘echte realiteit’ willen ervaren
zijn de nanobots niet actief, als we ze activeren
zullen ze ons direct een overtuigende vorm van
virtual reality bieden, ‘van binnen uit’. Eind jaren
2030 zal niet-biologische intelligentie krachtiger
zijn dan biologische intelligentie. Leren wordt
dan wel heel erg simpel: gewoon downloaden! Misschien klinkt dat ‘eng’ en roept dat de vraag op wat er nog persoonlijk is aan een mens. Toch beschrijft Kurzweil ook dàt heel mooi en optimistisch: hij vergelijkt het met je computer. Soms krijg je op je computerbeeldscherm een melding van een nieuw beschikbare software-update: als je dat wilt is die met een paar klikken geïnstalleerd en klaar voor gebruik. Vaak gebeurt dat soort onderhoud samen met virusscans automatisch in de nacht (en nieuwe inzichten over slaap tonen opmerkelijke overeenkomsten!). Na het updaten blijft het toch ‘jouw’ computer die als het goed is een beetje beter werkt of iets meer mogelijkheden heeft: niets engs aan. Als we dat doortrekken naar de HRD-professie in 2030 dan is er maar één conclusie mogelijk: HRD-professionals zullen software-applicatieontwikkelaars zijn. ![]() |













